Zoeken

De Slag bij Passendale

Passchendaele’ is niet alleen een episode uit de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, het is ook een begrip geworden, een internationaal symbool voor oorlogsgeweld in zijn meest gruwelijke vorm. In 1917 werden hier in honderd dagen meer dan 400.000 militairen buiten gevecht gesteld voor een terreinwinst van slechts enkele kilometers. Passendale is ook het symbool voor vele naties, die zich hier onderscheidden en zich na de oorlog als natie wilden bevestigd zien.

In de zomer van 1917 waren de Britten vastbesloten om in Vlaanderen een frontdoorbraak af te dwingen, met als doel het veroveren van de Duitse duikboothavens van Oostende en Zeebrugge.

Haig, de opperbevelhebber, geloofde in een groot offensief op een breed front. De Duitsers hadden echter een grootschalige aanval verwacht en waren goed voorbereid.  Tijdens de voorbereidende artilleriebeschietingen van de Derde Slag bij Ieper schoten de Britten meer dan 4.200.000 projectielen naar de Duitse stellingen, wat maar liefst twee en een halve keer zo veel was als het jaar daarvoor aan de Somme.

 Na herhaaldelijk uitstel trokken de Britten op 31 juli 1917 in de gietende regen ten aanval. De zware beschietingen en de regen hadden het slagveld in een moeras veranderd en de ingezette tanks liepen vast in de modder. De ‘Slag bij Pilkem’ zorgde voor een terreinwinst van drie kilometer, maar de aanval liep vast op de Wilhelm-Stellung.

Op 10 augustus lanceerden de Britten een grote mislukte aanval tegen de hoogten rond Geluveld, van waar de Duitsers hun hele rechterflank onder vuur konden nemen. Midden augustus speelden de voornaamste wapenfeiten zich dan weer af bij Langemark. Na enkele warme dagen kwam er een droge korst op de modder, zodat er opnieuw tanks ingezet werden. Deze strandden echter opnieuw, waardoor de geplande frontdoorbraak steeds verder weg leek.

Om het offensief weer op gang te krijgen, werden nieuwe troepen ingezet: het ‘Australian and New Zealand Army Corps’ (ANZAC). De nieuwe troepen en de aangepaste tactiek misten hun uitwerking niet. Op 20 september werd er met succes gestreden rond de Meenseweg, op 26 september bij het Polygoonbos en op 4 oktober bij Broodseinde, waar de Duitsers grote verliezen kenden.

Ondertussen was het doel van de eerste fase van het offensief nu het einddoel van de hele campagne geworden: de verovering van de puinen van Passendale. De combinatie van najaarsregen, verzadigde grond en het vernielde afwateringssysteem in de streek, herschiepen het landschap in een immense modderzee, waarin mens, dier en machine verzopen.

Op 12 oktober 1917 zette de Nieuw-Zeelandse divisie de aanval in om de Belle-Vue uitloper te veroveren. Het resultaat was bedroevend: 2700 verliezen, waaronder 845 gesneuvelden in minder dan vier uur tijd. Die dag staat dan ook voor eeuwig geboekt als de meest tragische dag in de geschiedenis van Nieuw-Zeeland.

Na de bloedige slag op 12 oktober 1917, gaf Haig het bevel de aanval te stoppen en liet hij de ANZAC’s vervangen door frisse, Canadese troepen.  Op 26  en 30 oktober ploeterden zij hun ‘Road to Passchendaele’. Op 6 november konden de Canadezen dan eindelijk het dorp Passendale innemen, waarvan de naam intussen mythische proporties had aangenomen: Passion-dale,  of dal van het lijden. Verder kwamen ze echter niet meer en het offensief liep op 10 november vast op de top van de heuvelkam. Het onmogelijke werd verricht, maar tegen welke prijs: 16.000 Canadezen werden gedood, verwond of vermist.

Het resultaat van de Slag bij Passendale was bedroevend. Na 100 dagen was slechts een terreinwinst geboekt van acht kilometer. De kostprijs was enorm: meer dan 600.000 slachtoffers aan beide zijden. De militaire begraafplaatsen groeiden dan ook expansief. Tyne Cot Cemetery, dat oorspronkelijk een vooruitgeschoven verplegingspost was,  groeide na de Derde Slag bij Ieper verder aan. Nu is het de grootste Commonwealth-begraafplaats ter wereld..

De slag bij Passendale heeft vandaag nog steeds een belangrijke symboolwaarde en was in bepaalde opzichten beslissend voor de verdere afloop van de Eerste Wereldoorlog. De Duitse verdediging was solide gebleken, maar de enorme verliezen aan manschappen en materiaal waren desastreus voor het Duitse leger. Passchendaele zorgde ook voor nieuwe inzichten en tactieken in de oorlogsvoering. De oude gedachte om op een breed front aan te vallen bleek niet succesvol. 

Steven Vandenbussche
Directeur Memorial Museum Passchendaele 1917